Slecht nieuws brengen

Met een zucht pak ik mijn telefoon. Voor mijn neus staat een bord met avondeten, ik prik er hier en daar een hapje uit maar echt honger heb ik niet. Ik sta op van tafel en plof neer op een stoel. De telefoon ligt in mijn hand. Het is pas 72 uur na mijn diagnose en ik ben al drie ziekenhuisbezoeken verder. Dat is confronterend en fijn tegelijk. Want hoewel ik bij ieder bezoek keihard met mijn neus op de feiten wordt gedrukt – holy shit, ik heb kanker – zorgt het er ook voor dat ik niet al te veel tijd heb om na te denken over de impact van deze boodschap.