Valse hoop

Ik zit net uitgeblust op de bank als de bel gaat. Met moeite hijs ik mezelf omhoog, doe de deur open en verontschuldig me. De moed om me aan te kleden heb ik nog niet kunnen verzamelen. Ik sla mijn ochtendjas iets strakker om me heen als een soort beschermlaag. Ik voel me zo vreselijk kaal en kwetsbaar dat ik een buffer zoek tussen mij en de buitenwereld. ‘Goedemorgen,’ zegt een blonde dame van mijn leeftijd vriendelijk. ‘Ik kom je picclijn verzorgen.