Vechten

Het goede nieuws brandde waarschijnlijk op zijn lippen. Of misschien zag hij de spanning op onze gezichten en wilde hij ons daarvan verlossen. Samen met mijn liefde loop ik voor de zoveelste keer de klinische kamer van de internist binnen. Hij wijst naar de twee stoelen tegenover zijn bureau waar wij plaats mogen nemen. Nog voordat hij zelf op zijn stoel zit flapt hij het er al uit: ‘de uitslag van de MRI is heel goed, lees maar mee.’